Talent Talks #3 | Hoe presteren sporttalenten optimaal?

    NextGen Amsterdam stelt talent – de ruwe diamanten in de sport – centraal. Ieder jaar volgen we diverse talentvolle sporters op hun weg naar succes of nieuwe uitdagingen. We geven een inkijkje in hun leven en laten je zien wat zij ervoor moeten doen en laten om hun droom te verwezenlijken. Wij geloven dat de volgende generatie de sport kan vernieuwen en dat talent daarom een speciaal podium verdient. In deze serie komen onze talenten aan het woord. Hoe zorgen onze talenten dat ze optimaal kunnen presteren en hoe combineren ze sport met hun privéleven?

    Anne de Berg

    ‘Ik ga eigenlijk niet of nauwelijks uit en ik drink geen alcohol. In de weken voor een wedstrijd mogen we dat sowieso niet, alleen in de zomer. Ik zorg dat ik goed eet, voornamelijk pasta en goed en veel slaap. Op wedstrijddagen ben ik heel zenuwachtig. Muziek helpt daarbij. Oordopjes in, wat rondkijken en langzaamaan warmdraaien. Dat helpt mij in m’n concentratie. Omdat we geen topsportstatus hebben, is sport en privé combineren best een uitdaging. Ik vind dat we zo’n status wel verdienen. Ik krijg nu bijvoorbeeld geen vrijstelling voor toetsen of verplichte lessen. Goed plannen is echt wel nodig. Als je tot ’s avonds laat getraind hebt dan heb je echt geen energie meer om nog iets voor school te doen. Daarnaast werk ik ook nog in de bediening dus wordt het vaak laat. Mijn rust pak ik door Netflix te kijken en soms kom ik mijn bed helemaal niet uit, haha.’

    Terrance Pieters

    ‘Rust is voor mij het allerbelangrijkst om goed te kunnen presteren omdat ik zo’n intensief schema draai. Natuurlijk is het leuk om af en toe een avondje uit te gaan of met vrienden iets leuks te gaan doen, maar de volgende dag voel ik dat altijd heel erg. De ochtend voor onze wedstrijd ga ik altijd een kwartiertje buitenlopen. Even alles losgooien. Dat is inmiddels een ritueel geworden. Als ik op de club kom moet ik mij goed voelen. Ik let ook op mijn voeding richting trainingen en wedstrijden, de laatste jaren bewuster dan voorheen. Op wedstrijddagen verzamelen we anderhalf uur van tevoren. Je bouwt voor jezelf de spanning op. Ik ben vaak wel zenuwachtig, maar meestal is het gezonde spanning. Ik probeer mijzelf niet gek te maken. Je moet om half drie pieken. Dan heeft het niet zoveel zin als je uren daarvoor al helemaal opgeladen bent. Ik speel al heel lang voor dezelfde club dus mijn teamgenoten zijn ook mijn beste vrienden geworden. Zij begrijpen het dus als ik een keertje niet meega ergens naartoe. Het is belangrijk dat je vrienden snappen hoe topsport in elkaar steekt. Ik baal er soms van mijn vrienden een leuke avond hebben terwijl ik rust hou voor de volgende training, maar aan het einde van de rit, als ik ergens op een prachtig toernooi sta, vergeet je dat snel. Op de Johan Cruyff University kan ik topsport en school gelukkig ook goed combineren, omdat daar echt de ruimte voor is.’

    Quinty Wagner

    ‘Voldoende slaap pakken en goed letten op wat ik eet is voor mij cruciaal. We hebben een diëtist en die maakt een compleet voedingsschema gericht op de trainingen. In het begin had ik vaak geen energie meer over. Mijn lichaam was helemaal op. Ik heb toen een speciaal dieet gekregen om optimaal te kunnen presteren. Tijdens een wedstrijddag ben je alleen nog maar bezig met je wedstrijd. In de kleedkamer draaien we muziek totdat de coach binnenkomt voor de laatste tactische bespreking. Dan komt het laatste liedje van onze afspeellijst; ‘All I Do Is Win’ (DJ Khaled). Ik heb wel een bijgeloof, namelijk iedere keer afkloppen dat ik nog nooit een blessure heb gehad. Sport en privé combineren is moeilijk. Je moet vaak dingen afzeggen. Het was altijd: ‘nee, ik moet trainen’ of nee, ik heb een wedstrijd.’ Ik ben heel slecht in plannen dus zowel mijn sport- als schoolschema blijft een uitdaging.’

    Zoë Slagter

    ‘Mijn voorbereiding is vooral mentaal. De hele dag bezig zijn met de wedstrijd, weten wat mijn doel en taak is en daarop focussen. Eigenlijk de dag ervoor al. Ik houd ook rekening met mijn voeding. We hebben een voedingsdeskundige, maar iedereen mag uiteindelijk zelf de keuze maken wat hij of zij ermee doet. Over het algemeen zijn de standaardregels belangrijk om te onthouden: voor de trainingen veel koolhydraten eten, na de training veel eiwitten en geen vette hap voor de wedstrijd. Sport en school zijn doordeweeks het belangrijkst. De tijd die overblijft, voornamelijk de weekenden, probeer ik met vrienden en familie te besteden. Veel familieleden basketballen ook, dus dat gaat goed samen. Soms moet je wel keuzes maken die niet altijd even leuk zijn. Dan zie je ook dat je vriendengroep kleiner wordt. Op zich vind ik dat niet erg. Ik ben bijna de hele dag samen met teamgenoten. We zitten allemaal bij elkaar in Amsterdam en wonen in dezelfde studentenflat. Je hebt niet echt tijd om te denken dat je alleen bent. Af en toe denk je wel eens: ‘hoe lang ga ik dit nog volhouden?’ Uiteindelijk besef je snel genoeg dat je juist bevoorrecht bent dat je dit allemaal mag doen.’